|
|
Het geval Savitri Devi
Dr. Koenraad Elst
Savitri Devi Mukherji was een Frans-Griekse dame die een synthese maakte
van haar bewondering voor Hitler met een hoogst persoonlijke versie van
het hindoeïsme. Zij werd geboren op 30 september 1905 in Lyon als
Maximiani Portas, dochter van een Griekse vader en een Engelse moeder. Ze
was polyglot (Grieks, Frans, Engels, Duits, later Hindi en Bengali) en
veelzijdig begaafd. Zo zou ze in 1932 een licentie in de Wetenschappen
halen (met een thesis over het wiskundig grondslagenonderzoek), en in 1935
doktoreren in de Letteren. Reeds zeer vroeg ontwikkelde zij sterke
politieke sympathieën en antipathieën, en deze zouden de belangrijkste
determinanten worden van haar vreemde
Werdegang.
In dit artikel bespreken we haar leven en werken, en dit naar aanleiding
van twee nieuwe publikaties. In zijn jongste boek,
Hitler's Priestess. Savitri Devi, the Hindu-Aryan Myth, and Neo-Nazism,
vertelt historikus Dr. Nicholas Goodrick-Clarke het verhaal van Savitri
Devi, voortbouwend op zijn inmiddels vermaard doktoraal onderzoek
(Oxford),
The Occult Roots of Nazism.(1)
Anderzijds heeft de Euro-nationalistische groepering Thule Sodalitas in
haar reeks
Héritage Européen
als deel 11 de eerste publikatie van Savitri Devi opnieuw uitgebracht:
L'Etang au Lotus,
de beschrijving van haar kennismaking met India.(2) Deze uitgave is
verzorgd en van een inleiding voorzien door Ralf Van den Haute,
gemeenteraadslid voor het Vlaams Blok in Sint-Pieters-Leeuw.
Joden- en kristenhaat
Toen Maximiani volwassen werd, opteerde zij voor de Griekse nationaliteit
en ging ze enkele jaren in Griekenland reizen en studeren, ondermeer om
materiaal te verzamelen voor haar doktoraatsverhandeling over de filosoof
en religieuze dissident Theophilos Kaires (17881853). Ze was verrukt over
de antieke Griekse beschaving, en keerde zich geleidelijk sterker tegen
het kristendom dat het Griekse heidendom ten onder gebracht had. In 1929
ging ze met een Grieks-orthodokse groep pelgrims naar Palestina, waar ze
getuige was van het toenemend konflikt tussen Palestijnen en joodse
settelaars; haar sympathie lag bij de eersten, en ze walgde bij de aanblik
van joden aan de Klaagmuur.
Het anti-semitisme had Maximiani met de paplepel meegekregen: het behoorde
natuurlijk tot het kristelijke erfgoed, maar Frankrijk was begin deze eeuw
ook het centrum van de moderne sekuliere variant ervan, zie bv. de
Dreyfus-affaire, waarin de toen heel gewone vermenging van anti-joodse met
anti-Duitse gevoelens tot uiting kwam. Rond 1930 las ze met toenemende
geestdrift de persberichtgeving over het Duitse nationaal-socialisme.
Voor Maximiani Portas gold eenzelfde kritiek tegen jodendom en kristendom.
Dat is geenszins vanzelfsprekend, want de nu veelgehoorde frase "joods-kristelijk"
was toen zeer ongebruikelijk: het kristendom zette zich, overeenkomstig
zijn eigen grondteksten, sterk af
-
(1)
-
Nicholas Goodrick-Clarke:
Hitler's Priestess. Savitri Devi, the Hindu-Aryan Myth, and Neo-Nazism,
New York University Press 1998, ISBN 0-8147-3110-4, 268 pp; en
The Occult Roots of Nazism: Secret Aryan Cults and Their Influence on
Nazi Ideology,
I.B. Tauris, London 1992 (1985), ISBN 1-85043-495-6, 293 pp.
(2)
Savitri Devi:
L'Etang au Lotus,
Calcutta 1940, en Thule Sodalitas, Sint-Pieters-Leeuw 1998, ISSN
1373-6876, 248 pp.
tégen het jodendom. Ziet men vandaag de Bijbel als een gemeenschappelijke
basis van beide religies, dan zei men toen dat de joden het Bijbelse
heilsplan verlaten hadden en dat zij eigenlijk niet de Bijbel maar de
Talmoed als hun heilig boek beschouwen. En uit die Talmoed citeerde men
dan in Luthers voetspoor gretig de anti-kristelijke teksten, zodat niet de
verwantschap maar wel de vijandschap tussen jood en kristen centraal stond.
Toen de nazi's zich statutair tot een "positief kristendom" bekenden,
legden sympathizerende ideologen het zo uit, dat het kristendom vele "Arische"
elementen bevatte, invloeden uit het destijds dominante hellenisme en uit
het Perzische zoroastrisme, maar gelukkig vreemd aan en strijdig met het
jodendom. De nu populaire uitdrukking "Jezus de jood" was toen niet alleen
ongebruikelijk, maar werd ook expliciet tegengesproken in het toen
populaire argument dat Jezus zich fel tegen de joden gekeerd had (farizeeën,
handelaars op het Tempelplein) en bovendien zelf helemaal geen jood was.
De jood Jozef was immers niet Jezus' vader, volgens de kristenen omdat de
Heilige Geest het vaderschap waarnam, volgens de joden omdat Jezus de zoon
van een Romeins soldaat was. Ook de afkomst van Jezus' moeder is volgens
het Nieuwe Testament zelf erg onduidelijk: haar joodse ouders waren immers
al bejaard en kunnen haar, verhaaltjes over de Heilige Geest daargelaten,
geadopteerd hebben. Dat alle middeleeuwse schilders Jezus als een typische
Europeaan hadden afgebeeld, zoals ze ook de Palestijnse landschappen en
klederdracht door Europese vervangen hadden, vormde een bijkomend
"argument" voor Jezus' niet-joodse identiteit, ondermeer toen Hitler
tijdens zijn bezoek aan Mussolini een dergelijk "portret" van Jezus
bezichtigde.
In een later werkje over de apostel Paulus herneemt Savitri Devi deze
argumenten voor de niet-joodse afkomst van Jezus.(3) We herkennen daarin
die typische oefening van talloze ex-kristenen die hun geliefde Kristus
proberen te redden uit de instortende religie die naar hem genoemd is.
Het punt voor Savitri Devi is echter dat niet Kristus maar Paulus het
kristendom gevormd heeft, en dat de neurotische Paulus (die de inspannende
naleving van de joodse wet moe was) in deze nieuwe religie zijn eigen oude
joodse idealen gelegd heeft, aangepast aan zijn eigen temperament en aan
de nieuwe omgeving van gehellenizeerde joden en ontwortelde hellenisten.
Volgens haar is het kristendom even joods-etnocentrisch als het jodendom
zelf, in die zin dat het de geschiedenis van de volkeren opzij schuift en
een centrale plaats geeft aan de joodse geschiedenis, waartoe ondermeer
het begrip "messias" behoort dat de grondslag van het kristendom vormt.
Tegen het antropocentrisme
Savitri Devi's belangrijkste wijsgerige argument tegen de
joods-kristelijke traditie betreft echter het
antropocentrisme,
samengevat in de passus uit het scheppingsverhaal waarin God aan de mens
de heerschappij over alle natuurwezens toevertrouwt. Dezelfde verwerping
van het "Bijbels antropocentrisme" doet het vandaag nog steeds in
diep-ekologische middens. Samen met dit kosmologisch antropocentrisme
verwerpt Savitri Devi ook elk ethisch antropocentrisme, met name de
kristelijke leer van de liefde tot de mens.
Dat mensenliefde de centrale ethische doktrine van het kristendom vormt is
een bet-
(3) Savitri Devi:
Paul de Tarse, ou Christianisme et Juiverie,
Calcutta 1958. In de Franse en Italiaanse klein-rechtse en nieuw-heidense
pers is dit boekje meermalen herdrukt, vaak na vervanging in de titel van
het sterk pejoratief geworden "juiverie" door "judaïsme".
wistbare gedachte als men zich herinnert hoe de Romeinen de kristenen
juist bekritizeerden om hun "haat jegens de menselijke soort", en hoe de
moderne
humanisten
juist bij wijze van emancipatie uit het kristendom de mens centraal
gesteld hebben. Maar goed, we kunnen het erover eens zijn dat het
kristendom het leven van eender welke mens hoger stelt dan het leven van
eender welk dier, een waardenschaal die Savitri Devi niet deelde: als
verwoed kattenliefhebster verkoos zij een mooi dier boven een lelijke mens.
Zij verwierp de liefde tot de mensheid ten gunste van een ethisch
vitalisme dat ze in haar tijd het best belichaamd vond in het
Nationaal-Socialisme omwille van "zijn waardenschaal, met als centrum niet
de 'mens' maar het Leven".(4)
Tot de dag van vandaag wordt de heidense herlevingsbeweging geteisterd
door halfrijpe geesten en pure fantasten die op het idee "heidendom"
allerlei 19- en 20ste-eeuwse doktrines projekteren: een zich op Friedrich
Nietzsche beroepend vitalisme, René Guénons traditionalisme, darwinisme en
racisme maar evengoed antiracisme en multikulturalisme (o.m. in de VS als
reaktie tegen het kristelijke racisme van de Ku Klux Klan en
Christian Identity),
diverse nationalismen, libertinisme, anti-rationalisme, feminisme,
ekologisme en noem maar op. In sommige gevallen is er inderdaad een
verband, maar het punt is dat de betrokkenen hun modern ideetje centraal
stellen en hun "heidendom" in funktie daarvan vervormen, in plaats van
zich echt op het autentieke heidendom toe te leggen.
Savitri Devi's gedoe over "het Leven" is gebaseerd op Darwin en Nietzsche
en wellicht nog enkele modernen, maar is nauwelijks terug te vinden in
authentiek heidense religies. Chinese tradities stellen de Weg centraal,
terwijl Indiase tradities het vooral over het Bewustzijn of het Zelf
hebben. Het "Leven" vindt men wel terug in de joodse heildronkwens
Le-chaïm,
"op het Leven", en joden leggen daaromtrent aan kristenen uit dat zij zich
niet met theologische spekulaties bezighouden omdat zij hun religie in het
dagelijkse handelen beleven. In meer overdrachtelijke zin vinden we het
Leven ook bij Johannes, die "Leven" zegt waar de andere evangelisten "Rijk
der Hemelen" zeggen; maar zijn "Leven" (zoè)
is expliciet verschillend van het louter biologische "leven" (bios).
De onderdompeling in "het Leven" is een thema in moderne, vooral
hedonistische literatuur. Doorgaans slaat dit gedweep met het Leven vooral
aan bij mensen die een soort extreme vermoeidheid voelen opkomen bij de
herinnering aan bepaalde elementen uit hun schoolgaande jeugd, vooral dan
de veeleisende kristelijke moraal en de inspannende training in
wetenschappelijk denken. Weg met al die saaie en beknellende regels,
eindelijk Leven! Zo stel je je dat voor in je laatste schooljaren, met
name wanneer je naar je eerste seksuele ervaring smacht,-- Leven! Maar om
als volwassene nog in die termen te denken, zoals op nieuw-heidense
internetforums vaak het geval blijkt, is lichtelijk meelijwekkend.
Leven wordt vaak ook gesteld tegenover abstraktie: weg met de abstraktie
van "de" mens, voor de dag met de konkrete, dus de met een onderscheiden
identiteit begiftigde mens.
In Savitri Devi's vormingsjaren betekende de konkrete mens ondermeer en
vooral de raciaal bepaalde mens. De reduktie van de mens tot zijn
biologische dimensie, zoals gebeurt in de moderne rassenleer, is de meeste
echt bestaande heidense religies echter volkomen vreemd.
Het is bv. onjuist dat, zoals men toen wel beweerde, Aristoteles sommige
mensen
op raciale gronden
als "van nature tot slavernij voorbestemd" beschouwde; de Griekse slaven
waren doorgaans blank en afkomstig uit Griekenland zelf of uit buurlanden.
Tenslotte wordt "Leven" ook gebruikt als alternatief voor de ethiek, als
bestaanswijze "voorbij goed en kwaad", een visie die bij geen enkele
heidense of andere kultuur bekend is
(4) Savitri Devi Mukherji:
Souvenirs et Réflexions d'une Aryenne,
Delhi 1976 (1971), p.43.
en die voor haar eerste formulering op de moderne wijsgeer Friedrich
Nietzsche moest wachten.
Volwassen heidense tradities als het brahmanisme en het konfucianisme
hebben naast de Natuur uiteraard ook de Kultuur erkend, en wel als de
natuurlijke bestaanswijze van de mens. Daartoe behoort ondermeer ook het
besef van goed en kwaad, hoe verschillend diverse gemeenschappen dat ook
mogen invullen. En ja, zonder uitzondering kennen de grote tradities de
mens een centrale en bijzondere plaats in de hiërarchie der soorten toe.
De dag dat de Indianen een ontsnapt paard van de Europeanen te pakken
kregen, begonnen zij het te temmen, de natuur te instrumentalizeren, een
andere soort aan de mens te onderwerpen (of laat mij eens een Indiaan zien
die zelf het paard op zijn eigen schouders droeg).
En neem nu de heidense reïnkarnatieleer. Deze houdt ondermeer in dat jij,
mijn beste medemens, in een vorig of een volgend leven als dier belichaamd
kan zijn; en juist hierom wordt deze leer als minder antropocentrisch
beschouwd dan de Bijbelse mensopvatting. Echter, in India hameren
vertolkers van deze leer er bij hun leerlingen juist op dat de geboorte
als mens de meest begeerde is, en wel omdat de mens het beste toegerust is
om de geestelijke bevrijding te verwezenlijken (dus nu je het geluk van
een menselijke inkarnatie hebt: doe je uiterste best in je sprirituele
praktijk). De hele mensheid denkt antropocentrisch, ook die volkeren die
heilige koeien houden of, zoals de Egyptenaren, heilige katten vereerden.
Savitri Devi's anti-antropocentrisme vindt weerklank bij hedendaagse
ekologen. Voor dat doelpubliek werd recent haar boek
Impeachment of Man
opnieuw gepubliceerd.(5) Goodrick-Clarke laat de gelegenheid niet liggen
om de ekologie met extreem-rechts te associëren. Volgens hem is
Deep Ecology
een samenzwering van de multinationals om de bevolking van de Derde Wereld
massaal te doen sterven en de baan vrij te maken voor een deshumanizerende
industrie op basis van embryo farming, klonen en dergelijke. Ik dacht al
een tijdje dat juist de ekologen zich tegen de opmars van het genetisch
knutselen verzetten, maar blijkbaar beschikt hij over andere informatie.
Wel is juist dat ekologie en nazisme een tijd lang reisgezellen geweest
zijn: het nazibewind was onmiskenbaar een pionier van de milieu-wetgeving,
bescherming van dieren tegen wreedheid, de eerste milieu-effekt-rapporten,
bescherming van zeldzame plantensoorten (Edelweiss),
boomplantakties. Eigenlijk is het verwonderlijk dat tegenstanders van de
milieubeweging niet vaker met deze associaties schermen. En dat men al wie
de "natuur" als rechtvaardiging voor wat dan ook inroept, niet doodslaat
met volgend citaat van Savitri Devi: "Je kan de natuur niet de-nazificeren!"
Kristendom en rede
Ten gunste van Savitri Devi moet gezegd dat zij nooit de verwerping van
het kristendom koppelde aan een verwerping van de rede. Zij verwierp onder
de vruchten van de Verlichting wel het egalitarisme, maar niet de
wetenschap. De kristelijke vijanden van een heidense herleving wekken
graag de indruk dat heidenen tegelijk tegen het kristendom en tegen de
rede zijn, omdat die koppeling de legitimiteit van de rede op het
irrationele kristelijke geloof laat afstralen, alsof er een intrinsiek
verband tussen beide is. Goodrick-Clarke, die hier en
(5) Savitri Devi's boek
Impeachment of Man
is geschreven in 1945, in eigen beheer uitgegeven in Calcutta 1959, en
heruitgegeven bij de door N. Goodrick-Clarke als neo-nazi gekatalogeerde
uitgeverij Noontide Press, Costa Mesa (California) 1991.
daar subtiel partijdig is, noemt in zijn beschrijving van de
nieuw-heidense (en vooral dan de heidens-ekologische) kringen die Savitri
Devi frekwenteerde, de anti-kristelijke stellingname van nieuw-heidenen
meermalen in één adem met een vermeend nieuw-heidens antirationalisme.
Bij Germaanse nieuw-heidenen, veelal herkenbaar aan hun dronken gedweep
met mythische wapenfeiten en jagend Vikingsbloed, zijn die twee negaties
inderdaad vaak verbonden: weg met de beknellende rede, weg met het
beknellende kristendom, ruim baan voor onze storm en drang. Maar als
Griekse besefte Savitri Devi zeer goed dat juist de ontluikende
wetenschappelijke geest in Griekenland door het opkomende kristendom
gefnuikt was. Kristendom en Rede koppelen, ook om ze beide te verwerpen,
doet het kristendom te veel eer.
Kristelijke apologeten in de Oudheid waren zeer expliciet in hun
verwerping van de rede: "Credo quia absurdum" (Tertullianus). Maar tijdens
de koloniale expansie hebben zij geprobeerd om het prestige van de moderne
wetenschap voor de kar van het kristendom te spannen. Bijvoorbeeld, enkele
decennia nadat de Kerk Galilei's heliocentrisme had veroordeeld,
overtroefden jezuïeten in China de inlandse sterrenkundigen met een beter
kosmologisch model, nl. het heliocentrische (dat ondermeer nauwkeuriger
was in het voorspellen van zons- en maansverduisteringen), en stelden ze
dit suksesje voor als een bewijs van de superioriteit van hun godsdienst.
Deze propaganda is later uitgewerkt tot de stelling dat het monotheïsme
door zijn "onttovering" van de wereld het wetenschappelijk onderzoek
mogelijk gemaakt heeft. Dat is echter apert onjuist.
Het monotheïsme van Mozes heeft vele eeuwen lang tot geen enkele
wetenschappelijke vooruitgang geleid, en dat in een tijd waarin de
heidense Babyloniërs en Grieken wel zulke vooruitgang boekten. Bovendien
blijkt dat juist in die segmenten van de werkelijkheid die als het
heiligst beschouwd werden, de wetenschap het verst vorderde.
De Babyloniërs vereerden de sterren en ontwikkelden de sterrenkunde. De
Vedische zieners zagen de taal zelf als medium van het transcendente, en
kijk, ze ontwierpen de eerste wetenschappelijke spraakkunst. De
boeddhisten zochten de Bevrijding in de verfijning van het bewustzijn, en
hun psychologie bracht het bewustzijn veel beter in kaart dan klungelaars
als Freud ooit vermochten. De taoïsten zochten het transcendente in de
natuurprocessen, en ze ontdekten het magnetisme en het buskruit. De
pythagoreeërs zagen iets goddelijks in getallen, en ze hielpen de wiskunde
vooruit. Niet onttovering maar juist betovering, of althans religieuze
fascinatie, maakt dat men een stuk werkelijkheid grondig onderzoekt.
Dit blijkt ook uit de ene grote verwezenlijking van Mozes' volgelingen: de
ideologisch gekleurde maar ongehoord nauwkeurige geschiedschrijving over
de lotgevallen van hun eigen volk (met geloofwaardige
karakterschilderingen van figuren als koning David), juist het domein
waarin volgens hen God zich openbaarde. Het blijkt ook uit de specifieke
opvattingen van die kristenen die tot de pioniers van de wetenschap
behoorden: figuren als Kepler, Galilei en Newton zagen de wereld helemaal
niet als "onttoverd", maar juist als het
Liber Mundi,
als het Boek van de Wereld waarlangs God zich op helderder en
betrouwbaarder manier openbaart dan via de Heilige Schrift.
De zogenaamde onttovering van de wereld door het monotheïsme heeft dus
niets bijgedragen tot ontstaan en groei van de wetenschap. Dat dit
kristelijk-apologetische fabeltje juist door nogal wat nieuw-heidenen
hernomen wordt, zegt dan ook veel over hun begripsniveau. De briljante
Savitri Devi maakte die fout dus niet.
Men leze in dit licht ook haar gunstige beoordeling van het hindoeïsme: "Het
hindoeïsme is werkelijk superieur aan andere religies, niet om zijn
spiritualiteit maar om iets nog kostbaarders dat het zijn aanhangers geeft:
een wetenschappelijke kijk op religie en leven.
Hindoe-spiritualiteit is een gevolg van die kijk. Wij beschouwen het als
nutteloos om India tegenover het Westen te stellen als 'spiritualistisch'
tegenover 'materialistisch'. De superioriteit van het hindoeïsme ligt
elders: (...) in zijn grotere konsistentie dan die van het Europese denken,
(...) in de
universaliteit
van de wetenschappelijke kijk van de hindoes".(6)
Het Arische ras
Rond 1930 heroriënteerde Maximiani Portas haar ideaal van "Helleens" naar
"Arisch". Sedert Darwin zagen velen kultuur als slechts een neveneffekt
van een biologische kwaliteit, en in die optiek was het logisch om achter
de Indo-Europese taalfamilie een raciale eenheid te vermoeden: het
Arische ras.
Probleem was wel dat de Indo-Europees sprekende volkeren allerminst een
raciale eenheid vormen, van donkerbruine Indiërs tot witblonde Friezen.
Dat probleem werd echter omgezet in de beste steunpilaar van de
racistische visie op het wereldgebeuren door de "theorie van de Arische
invasie van India", die de alfa en omega van Maximiani's wereldbeeld werd.
Deze theorie stelt dat blanke Europeanen de Indo-Europese talen in Europa
ontwikkelden en zo'n 3.500 jaar geleden in India binnenbrachten toen zij
dit land op de inheemse bevolking veroverden.
De beweerde taalkundige "aryanizatie" van India door blanke Ariërs uit
Europa vormde een komplete gevalsstudie in de belangrijkste aspekten van
de moderne rassenleer:
-
*
-
het begon met blanken die aan hun ingeboren dynamisme uiting gaven door
naarverre einders te trekken, weg uit hun Arische oerheimat in het
noorden, heel anders dan de indolente donkerhuidige mensen die nooit hun
eigen kusten verlieten;
*
vervolgens bewezen de blanken hun superioriteit door de donkere
inboorlingen te verslaan en te onderwerpen;
*
met hun gezond rasbewustzijn trachtten de blanken hun ras te beschermen
door hetkastestelsel uit te vinden en op te leggen aan de inlanders, zodat
het blank en zwart verboden was van zich te vermengen;
*
helaas vond toch heel wat rasvermenging plaats, zodat de blanke
invallersveranderden in bruine halfbloeden, zodat hun intellektuele en
militaire vermogens verminderden, en zodat niet India maar Europa de
lichtbaken en het machtscentrum van de wereld werd;
*
door hun raciale aftakeling werden de Indiase half-Ariërs samen met de
hunondergeschikte inheemse niet-Ariërs tijdens de koloniale periode een
gewillige prooi voor de blanke veroveraars, zijnde hun Arische kozijns die
er wel in geslaagd waren om hun ras zuiver te houden.
De Arische Invallentheorie was aldus een hoeksteen van het racistische
wereldbeeld, de illustratie bij uitstek bij de zelfrechtvaardiging van
zowel het Britse kolonialisme als het Duitse nationaal-socialisme. Zoals
Savitri Devi rapporteert: "In het Derde Rijk wisten zelfs schoolkinderen
uit hun schoolboeken dat het Arische ras zich verspreid had van het
noorden naar het zuiden en oosten, en niet omgekeerd."(7)
Volgens Savitri Devi is dit wat de Arische invallers in hun nieuwe kolonie
aantroffen:
-
(6)
-
Savitri Devi:
A Warning to the Hindus,
p.29/p.44. Bij dit boek uit 1939 verwijst het eerste bladzijdenummer
naar de herdruk bij Hindi Vikas Peeth, Meerut 1989, de tweede naar de
Promilla paperback, Delhi 1993.
(7)
Savitri Devi Mukherji:
Souvenirs et Réflexions d'une Aryenne,
p.273.
"India, vooral Sindh en Panjab, had reeds een briljante beschaving
voortgebracht, technisch superieur aan die van de Aryas: de
Indusbeschaving. Deze was het werk van een ras met roetbruine huid (...)
de
vredige
Dravidiërs. (...) Het is mogelijk dat zij in de samenleving van Harappa en
Mohenjo Daro reeds een stelsel van erfelijke arbeidsverdeling aantroffen.
Maar het zijn
zij
die aan dit systeem, als het al bestond,
een raciale betekenis
gegeven hebben en de Indiase bevolking in onveranderbare klassen
geklasseerd hebben. Ze konden niet anders als zij voor hun Arische ras
zijn fysieke
en
morele eigenschappen wiilden bewaren, m.a.w., als zij wilden
overleven."(8)
Deze theorie was een nette projektie van de koloniale situatie op het
verre verleden, en heeft tot op heden de steun gekregen van het Westers
akademisch establishment, hoewel het volledig in strijd is met elke
inheemse tekst over de oude geschiedenis of de basis van het kaste-stelsel.
Dat de Harappa-beschaving pacifistisch was is inmiddels weerlegd; dat zij
Dravidisch was is zo'n algemeen aanvaarde hypothese waarvoor nooit ook
maar het minste bewijs gevonden is (er is bv. geen spoor van een
Dravidisch substraat in de plaatsnamen van noordwestelijk India). De meest
konsistente ontcijfering van het Indus-schrift tot op heden is die van
Natwar Jha, en die leest de inskripties als Sanskrit.(9)
Ook de raciale basis van het kaste-onderscheid is al lang en grondig
weerlegd. Uiteraard leidt endogamie tot zekere "familietrekken", zodat je
net als Savitri Devi na een tijdje wel de kaste van mensen kan raden (mede
natuurlijk door hun kleding, taalgebruik en andere niet-biologische
eigenschappen). Reeds in 1948 verwierp de marxistische geleerde O.C. Cox
de projektie van moderne rassenideeën op oude kulturen: "De vroege Indo-Ariërs
konden niet beter in termen van moderne rassenvooroordelen gedacht hebben
dan dat ze het vliegtuig hadden kunnen uitvinden".(10) In hetzelfde jaar
vatte Dr. Bhimrao Ambedkar de bevindingen van de fysieke antropologie
samen om te besluiten dat "de brahmanen en de onaanraakbaren behoren tot
hetzelfde ras".(11) Tal van onderzoekers hebben sindsdien deze these
bevestigd.
Arya dharma
Tot in haar laatste geschriften blijkt uit niets dat zij ooit de radikale
skepsis van de hindoes jegens dit scenario besefte. Echt traditionele
pandits, die hun training krijgen in een
-
(8)
-
Savitri Devi:
Souvenirs et Réflexions,
p.28-29; klemtoon in het origineel.
(9)
Dr. N. Jha:
Vedic Glossary on Indus Seals,
Ganga-Kaveri Publ., Varanasi 1996.
(10)
Geciteerd met instemming uit Oliver Cromwell Cox:
Caste, Class and Race
(1948), p.91, in Ivan Hannaford:
Race, the History of an Idea in the West
(John Hopkins University Press, Baltimore 1996), p.383. Hannaford vat
samen: "De relatie tussen brahmanen (wit), krijgers (rood), handelaars (geel)
and werkers (zwart) was niet een van kleur ["varna"]
in de 'raciale' zin maar een metafoor geïdentificeerd met dharma -- 'een
kompleks van levenswijze-deugd'
(p.95) -- die verworven werd door 'de wijze van levensonderhoud' of 'de
inherenteeigenschappen'. Zijn fundamenteel argument was dat het geloof in
huiskleur als dominante faktor in de ontwikeling van kaste niet gesteund
werd door de historische literatuur, en dat alleen buitenlandse geleerden
dat ervan gemaakt hadden."
(11) Babasaheb B.R. Ambedkar:
Writings and Speeches,
vol.7, Government of Maharashtra, Bombay 1989, p.302.
traditionele setting en niet via engelstalige indologische handboeken,
hebben zelfs vandaag veelal nog nooit
gehoord
van de Arische Invallentheorie. Dit om de eenvoudige reden dat er in de
traditionele teksten die zij zich grondig eigen maken, volstrekt niets op
zulke invallen wijst. In de oudste tekst, de Rg-Veda, ziet men integendeel
een geleidelijke expansie van de "Ariërs" vanuit het Gangesbekken naar het
Indusbekken en tenslotte naar Afganistan.(12)
In de Sanskrit-literatuur beduidt
"Arya"
een beschavingsnorm, eigenlijk synoniem met "Vedisch" of met de vrij
recente (eigenlijk Perzische) term "hindoe". Daar waar individuen niet hun
ras kunnen verliezen, kunnen ze volgens bv. de
Manu-Smrti
wel hun status van
Arya
verliezen door zich niet aan de Vedische leefregels te houden. Als
gevallen ex-Arya's
noemt de Manu-Smrti ondermeer de Grieken (die na Alexander de Grote enkele
eeuwen een staat hadden in Afganistan) en de Chinezen; historisch klopt
het wel niet dat deze volkeren afvallige ex-deelgenoten van de Vedische
kultuur waren, maar het voorbeeld toont wel aan dat gele huidskleur geen
bezwaar vormde, terwijl blank zijn dan weer geen garantie was voor het
statuut van
Arya.
Uiteraard kenden de antieke (en zelfs de moderne) hindoes wel een
superioriteitsgevoel tegenover bevolkingen buiten of aan de rand van hun
eigen kultuurkring, zowat als Parijzenaars gevoelen tegenover mensen uit
de provincie. Maar hun opvatting (net als die van het kolonialisme in zijn
latere fase) was dat die buitenstaanders door een beschavingsproces
geïntegreerd konden worden: de meeste hindoe-kasten zijn niets anders dan
stammen die ooit in de Vedische traditie geïntegreerd zijn.
Arya
heeft nooit een raciale noch een taalkundige betekenis gehad. Eigenlijk
betekent het "beschaafd", "een heer", "edel", als in de "vier edele/arya
waarheden" en het "edele/arya
achtvoudige pad" van de Boeddha. De etymologische oorsprong is een
veelbesproken en felbetwist onderwerp; sommigen, ondermeer marxisten op
zoek naar een ekonomische grondslag, brengen het in verband met
ar-,
stam van Latijn
arare,
"bebouwen",
aratrum,
"ploeg", dus de landbouwers in tegenstelling met de jagers-verzamelaars.
Zelf houd ik het bij de werkwoordstam
r-/ar-,
"gaan, ontmoeten, beantwoorden aan, zich oprichten", vandaar "geschikt" of
"rechtop", "in orde", en dus verwant met het centrale Vedische begrip
rta
(Iraans
arta),
"echtheid, orde, kosmos".
Als voluit positieve term kreeg het soms een etnische betekenis, in die
zin dat bepaalde stammen (bv. de Iraniërs, nauw verwant met de Vedische
Indiërs) zichzelf als
Arya
onderscheidden van hun mede-Indo-Europese buurstammen. De logika
hierachter is eigenlijk een kringredenering: men voelt de zeden die men
van huis uit heeft meegekregen als uiteraard de juiste; men stelt vast dat
mensen met andere achtergrond andere zeden hebben; dus schept men een
onderscheid tussen "zij die de juiste zeden volgen, die beschaafd/Arya
zijn", namelijk het eigen volk, en "zij die minder volmaakte zeden volgen,
die onbeschaafd/Anarya
zijn", namelijk de anderen. In de Rg-Veda zien we hoe de dichters
behorende tot de Paurava-stam altijd de term
Arya
voor hun stamgenoten voorbehouden. Wordt de term
Arya
een enkele keer gebruikt ter aanduiding van een misprezen personage, dan
blijkt het te gaan om iemand die tijdens een interne Paurava-broedertwist
tot het andere kamp behoort. Wordt een niet-Paurava geprezen, dan kan hij
"halfgod" en ander fraais genoemd worden, maar nooit
Arya.(13)
-
(12)
-
Dit wordt in volledig detail aangetoond door Shrikant Talageri:
The Rg-Veda, a Historical Analysis,
Aditya Prakashan, Delhi 1999.
(13)
Zie Shrikant Talageri:
The Rg-Veda, a Historical Analysis,
Aditya Prakashan, Delhi 1999.
De meeste niet-Aryas
in de Rg-Veda behoren in elk opzicht tot de Indo-Europese taalgemeenschap,
hebben Sanskrit namen, zijn vaak verwant met de Paurava-stam of sluiten er
huwelijken mee. Zogenaamde Vedische verwijzingen naar strijd tussen "Ariërs"
en "niet-Arische inheemsen" zijn volledig uit de lucht gegrepen: telkens
de partijen geïdentificeerd kunnen worden, blijkt het om
mede-Indo-Europeanen te gaan, en in geen enkel geval worden de strijdende
partijen beschreven als inheemsen versus invallers.
Arya
beduidde de Pauravastam, waarvan de Bharata-tak de Vedische traditie
voortbracht, en daarom werd
Arya
in post-Vedische tijden een synoniem voor "Vedisch", een beetje te
vergelijken met het gebruik van "Rooms" voor "katholiek".
Arya Dharma
is, naast
Sanatana Dharma
("de eeuwige norm/basis/orde/wet/religie"), de zelfaanduiding van het
hindoeïsme.
Doordat de Paurava-stam het bekken van de Saraswati-stroom beheerste, de
metropool van de Noord-Indische beschaving, werd zijn traditie normatief
voor dit hele kultuurgebied (de geleidelijke verspreiding van de Vedische
of brahmaanse traditie over het Indo-Arische en vervolgens het Dravidische
taalgebied is vrij goed gedokumenteerd), en werd
Arya
de term voor al wat in kultureel, religieus en ethisch opzicht normatief
is. Wanneer Sri Aurobindo (1872-1950) het in zijn vroege geschriften over
het "Arische ras" had, bedoelde hij daarmee het "hindoe-volk", noch min
noch meer. Met enige Indo-Europese invasie heeft dat volstrekt niets te
maken, noch met enige rassenleer.
Een klassiek voorbeeld van de vervorming van
Arya-passussen
in Sanskrit teksten door Europeanen is deze, door Savitri Devi regelmatig
geciteerde lofrede voor Rama van Charles Leconte de Lisle (1818-94): "Gij
wiens bloed zuiver is, gij wiens huid blank is, stralende onderwerper van
de profane rassen."(14) Dit vers is blijkbaar onder haar aanhangers nog
steeds populair.(15) Het zegt natuurlijk meer over Leconte de Lisle en
zijn citeerders dan over Rama, die hier voorgesteld wordt als een blanke
Arische racist wiens veldtocht tegen Ravana de Arische onderwerping van
het Dravidische zuiden vertegenwoordigt. Volgens de Ramayana was de strijd
tussen Rama en Ravana er echter een tussen twee Sanskritsprekende
Aryas
(Rama behoorde tot de koninklijke "zonnedynastie", Ravana tot een stam van
Vedische brahmanen die Sri Lanka kolonizeerden), en allebei donker van
huid.
Tilak
Westers gevormde hindoe-leiders zoals Swami Vivekananda en Sri Aurobindo
kenden de Arische Invallentheorie wel, maar argumenteerden ertegen (een
lijn die doorgetrokken wordt door de hedendaagse hindoe-nationalisten). Er
waren er ook die de theorie aanvaardden wegens het prestige van de
Westerse wetenschap, maar weigerden om er dezelfde politieke konsekwenties
aan te verbinden als de Britten deden. De voornaamste ideoloog van het
hindoe-nationalisme, Vinayak Damodar Savarkar, wou niet tegen de dominante
theorie polemizeren, maar stelde heel realistisch dat gezien de raciale
kontinuïteit van de Indiase bevolking, er duidelijk volop rasvermenging
moet geweest zijn, zodat elke Indiër van zowel "Ariërs" als "inheemsen"
afstamt.
-
(14)
-
N. Goodrick-Clarke:
Hitler's Priestess,
p.26, citeert het uit Savitri Devi:
Defiance,
p.12, p.58; het wordt ook aangehaald in Savitri Devi:
Mémoires et Réflexions d'une Aryenne,
p.39-40, en is ontleend aan C. Leconte de Lisle:
Poèmes Barbares
(1862).
(15)
Het wordt bv. in kader en zonder kommentaar gereproduceerd in het nummer 4
(december 1998) van
Gjallarhorn,
een rechts-heidens blaadje uit Brussel.
De enige belangrijke hindoe-leider die de Arische Invallentheorie
expliciet verdedigde, was Bal Gangadhar Tilak, leider van de
onafhankelijkheidsbeweging tot aan zijn dood in 1920. In een boek uit
1903,
Arctic Home in the Vedas,
stelde Tilak samen met Hermann Jacobi dat de Vedas verwijzen naar het
leven boven de poolcirkel. In een eerder boek,
Orion,
had Tilak betoogd dat de astronomische gegevens in de Rg-Veda naar
sterrenposities in het 4de en zelfs 5de millennium v.Kr. verwijzen. Juist
deze stelling had hem in kontakt gebracht met Jacobi, die onafhankelijk
tot dezelfde, overigens nooit weerlegde konklusie gekomen was.
Om deze kronologie met de Arische Invallentheorie te verzoenen, was het
noodzakelijk om aan te tonen dat de Rg-Veda zich buiten India situeerde,
in de Oerheimat.
Savitri Devi, die levenslang bevriend zou blijven met de familie Tilak,
verwijst in haar werk regelmatig naar
Arctic Home in the Vedas.
Ook nu wordt het in Savitri Devi-gezinde kringen nog veel aangehaald als "onafhankelijke
Indiase" bevestiging van de Arische Invallentheorie en dus van de stelling
dat de Oerheimat van de Indo-Europese talen (zoalniet van het Arische ras)
in het noorden moet gelegen hebben.
Spijtig voor hen, maar Tilaks argumentatie houdt bij kritische lezing
totaal geen stand (hij heeft er volgens insiders op het eind van zijn
leven zelf afstand van genomen). Het is een schoolvoorbeeld van
geforceerde interpretatie van onwillige gegevens. Zo wordt de "Slag van de
Tien Koningen" uitgelegd als een symbool voor de strijd tussen de twee
warme en de tien koude maanden die in sommige noordelijke streken de
jaarcyklus vormen. Eigenlijk wordt elk numeriek gegeven op één of andere
manier in een "arktisch" keurslijf gedwongen.(16) Maar de Veda's zijn zeer
expliciet in hun aardrijkskundige situering, en noemen de bergen, rivieren
en bedevaartplaatsen van Noord-India als plaats van de handeling, niet die
van enige arktische regio.
Het is wat zorgwekkend dat Goodrick-Clarke van het hele wetenschappelijke
debat over de "Arische" oorsprongen niet op de hoogte blijkt te zijn. Hij
treedt eigenlijk Savitri Devi's opvattingen voor 100% bij, en gaat er dus
van uit dat het kastestelsel inderdaad een soort apartheid is, opgelegd
door Arische invallers aan bruine inheemsen. Vandaar ook zijn welbeschouwd
ongerijmde ondertitel
"the Hindu-Aryan myth".
Een "hindoe-Arische" mythe bestaat niet. Er is enerzijds de Arische mythe
waarin Hitler en Savitri Devi geloofden, maar die was de hindoes onbekend;
en anderzijds is er de hindoe-notie
Arya,
zeg maar "hindoe", en daar had Hitler niets mee te maken, terwijl Savitri
Devi er alleen een zeer vervormde versie van beleed.
Kennismaking met India
Met het geld dat haar overleden vader haar naliet, vertrok Maximiani in
1932 naar India.
Behalve voor een korte terugkeer naar Frankrijk om haar doktoraat te halen,
zou ze er tot 1945 blijven, en opnieuw in de periodes 1957-60 en 1971-81.
Ze studeerde de plaatstelijk talen in Rabindranath Tagore's school,
Shantiniketan,
en reisde het land rond. Andere Westerlingen die er verbleven getuigden
dat ze zich in gesprekken als een grote fan van Adolf Hitler liet kennen.
Het is in die periode dat ze haar eerste boek schreef,
L'Etang au Lotus,
een reeks
(16) Een gedetailleerde weerlegging van Tilaks arktische theorie vindt men
in N.R. Waradpande: "The Home of the Aryans: an Astronomical Approach", in
S.B. Deo & Suryanath Kamath:
The Aryan Problem
(Bharatiya Itihasa Sankalana Samiti, Pune 1993), p.123-134; en in Shrikant
Talageri:
The Rg-Veda, a Historical Analysis.
algemene observaties over de Indiase kultuur. Haar politieke voorkeuren
blijven hier op de achtergrond, en het is eigenlijk een heel warm en
sympathiek verslag van haar verkenningstocht, doorgaans akkuraat en heel
wat penetranter dan de eindeloze reeks India-boeken die nog steeds op de
markt blijven komen. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom een bij
uitstek politieke groepering dit werk heruitgeeft, behalve dan dat de
schrijfster de zaken konsistent vanuit het perspektief van de Arische
invallen beschrijft.
Zo noemt zij het hindoeïsme meermalen een "geïmporteerde religie", een
vloek voor de meeste hindoes, en overigens betwistbaar zelfs als men de
Arische-invallentheorie aanneemt.
De meeste aanhangers van die theorie stellen juist dat het hindoeïsme
talloze elementen bevat die de Ariërs van de oerbewoners overgenomen
hebben: godinnenkultussen, diervormige goden, Indiase materialen en
bedevaartplaatsen, ritueel baden, reïnkarnatieleer. (Sommige van die
elementen zijn inmiddels als Indo-Europees herkend, bv. de beroemde
afbeelding uit Mohenjo-Daro van Sjiva als "heer der dieren" gelijkt te
goed op de afbeelding van Cernunnos op de Keltische Gundestrup-ketel om
toevallig te zijn. Ook de zwarte, "dus niet-Arische, inheemse" godin Kali
zou wel eens de Keltische Cailleach en de Germaanse Helle kunnen zijn. De
reïnkarnatieleer was ook bij de Europese volkeren bekend, ondermeer bij de
druïden en in Vergilius'
Aeneis.
Een badkultuur hadden zowel de Germanen als de Romeinen, totdat de Kerk er
een eind aan maakte.)
Wie in India gewoond heeft, herkent natuurlijk veel van de ervaringen in
L'Etang au Lotus,
bv. de vaststelling dat het "ondoodringbare" India juist heel toegankelijk
is voor mensen die zich aanpassen en kultureel inleven en de taal leren,
want de hindoes zijn een heel warm en kommunikatief volkje. Vraag is wel
hoeveel eeuwigheidswaarde Savitri Devi's beschrijving heeft, want India is
sedert de jaren '30 veranderd. Allerlei taboes zijn afgeschaft of
afgezwakt, zodat je nu in de stations geen aparte verkopers van "hindoe-water"
en "moslim-water" meer ziet. Eigenlijk is haar boek ook een souvernir van
een India dat aan het verdwijnen is.
Predikante
Toen Maximiani Portas zich klaar voelde om voor het inheemse publiek te
spreken, bood ze haar diensten als anti-kristelijk predikant aan bij Swami
Satyananda's
Hindu Mission
in Calcutta. Satyananda verbood haar om over andere dan religieuze
strijdpunten te spreken, maar verwelkomde haar bijdrage aan de weerstand
tegen het kristelijke bekeringsoffensief. Ze kreeg de naam Savitri Devi, "godin
zonnestraal", naar het voorbeeld van de mythische heldin Savitri die haar
bruidegom Satyavan het leven redde door Yama, god van de dood, in een
raadselspel te verschalken. In 1937-39 trok ze rond langs de tribale
dorpen waar (voornamelijk Vlaamse) missionarissen bedrijvig waren. Ze liet
de dorpshoofden openbare debatten organizeren tussen haarzelf en de
plaatselijke
padre.
Grondig vertrouwd met de mentaliteit en geloofspunten van de
missionarissen, kon ze vaak het prestige van de geïmporteerde religie bij
de dorpelingen tenietdoen en vele bekeringen ongedaan maken of voorkomen.
Hoewel het uit haar toenmalige geschriften niet op te maken valt, moet er,
blijkens haar latere memoires, een scherpe kontradiktie geweest zijn
tussen haar eigen racistische, antiegalitaire en kaste-traditionalistische
opvattingen en het reformistische programma van de Hindu Mission. Voor de
Hindu Mission was het hindoeïsme een waarde op zich; voor Savitri Devi was
het een instrument van het Arische ras. In haar autobiografie
Souvenirs et Réflexions d'une Aryenne
(in Frankrijk verboden), verklaart ze dat ze haar herbekeringsopdracht bij
de tribalen als een oefening in
bedrog
beschouwde: "Vanuit het racistische Arische standpunt was het noodzakelijk
om de achterlijke en gedegenereerde oerbewoners een (vals) hindoe
bewustzijn te geven."(17) Dit omdat de moderne demokratie aantallen
belangrijk maakte.
In tegenstelling met de hindoe-nationalisten, maar samen met de Indiase
marxisten, geloofde ze dat het begrip "natie" en een programma van "nationalisme"
niet van toepassing konden zijn in India. In 1938 gebruikte ze nog de
leuze: "Maak elke hindoe een Indiase nationalist, en elke Indiase
nationalist een hindoe". In haar memoires daarentegen verwerpt ze deze
leuze met het argument dat een "natie" alleen kan bestaan uit raciaal
gelijke individuen, niet uit raciaal verschillende gemeenschappen, wat de
kasten volgens haar waren. Voor echte hindoe-aktivisten is deze stelling
een schandaal en een veelbeproefd ideologisch instrument van hun vijanden.
Haar discours gaf uiting aan die motieven die anti-hindoe auteurs, en in
hun zog ondermeer ook Nicholas Goodrick-Clarke,
ten onrechte
en veelal te kwader trouw aan het hindoe-nationalisme (dat tot de
reformistische stroming behoort) toeschrijven, met name het aanpraten van
een kasteloos hindoe-bewustzijn aan de "niet-Arische" lagere kasten met de
bedoeling hen in hun lagere positie te houden. Met vrienden als Savitri
Devi had de hindoe-natie geen vijanden nodig.
In haar tijd bij de Hindu Mission was Savitri Devi natuurlijk wel bevriend
met hindoeaktivisten, en ze schreef een boekje dat in die kringen veel
sukses kende:
A Warning to the Hindus.(18)
Daarin stelt ze dat het hindoeïsme momenteel voor zijn voortbestaan moet
vechten, want door het opdringen van kristendom en islam zou het wel eens
hetzelfde lot kunnen ondergaan als het antiek-Griekse heidendom. Ze droomt
ervan om ooit een gedenksteen op te richten voor Juliaan de Afvallige, met
een tweetalig Grieks-Sanskrit opschrift: "Dat waar gij van droomde, dat
hebben wij waargemaakt." In de praktijk betekent dat: de
kaste-diskriminatie verzachten, afstand doen van gebruiken die nadelig
zijn in de strijd om het voortbestaan (bv. het verbod voor weduwen om te
hertrouwen), en zich als natie organizeren. Vooral roept ze de hindoes op
tot realisme, tot het ondergeschikt maken van allerlei antieke regeltjes
aan een inschatting van hun strategisch voor- of nadeel.(19)
Ook in de
Warning
blijven haar politieke sympathieën nagenoeg buiten beeld. Wel schrijft ze
ter attentie van de hindoe vrouwen dat Japanse en Duitse vrouwen aan het
nationaal gevoel bijdragen door er hun kinderen mee groot te brengen (zonder
specifieke verwijzing naar de toenmalige regimes); dat hindoes zich niet
zo moeten uitputten in solidariteisbetuigingen met de "arme Ethiopiërs" en
de "arme joden" en beter aan hun eigen nationale bevrijding zouden denken;
en dat de "Westerlingen die met Mahatma Gandhi dwepen zelf tot
heersersrassen behoren, tenzij het om joden gaat" -- waarmee zij bedoelt
dat de joden een parasietenras zijn, maar waarin de koloniale hindoe juist
een faktor van solidariteit met de joden leest, namelijk als
mede-slachtoffers van de heerszucht der "heersersrassen". Haar sukses bij
de hindoes berustte voor een deel op een (vermoedelijk
-
(17)
-
Savitri Devi Mukherji:
Souvenirs et Réflexions d'une Aryenne,
p.37.
(18)
Savitri Devi:
A Warning to the Hindus,
Calcutta 1939 (geschreven in 1938), heruitgegeven in 1989 bij Hindi Vikas
Peeth, Meerut, en in 1993 bij Promilla Paperbacks, Delhi, nadat de
hindoe-aktivistische uitgever Sita Ram Goël (Voice of India, Delhi) het
afgewezen had.
(19)
Het boekje is in dit opzicht een vervolg op
Hindu Sangathan, Saviour of the Dying Race
(1926, "Hindoe zelf-organizatie, redder van het uitstervende ras") van
Swami Shraddhananda, die een gelijkaardig antwoord gaf op de vaststelling
dat bij elke opeenvolgende volkstelling het percentage hindoes daalde.
Overigens heeft deze dalende trend zich sindsdien doorgezet in absoluut
elke volkstelling in India, Pakistan, Bangladesj en Nepal.
bewust in stand gehouden) misverstand.
Huwelijk en oorlog
In de late jaren '30 was Savitri Devi in kontakt met prominente hindoes
als Subhash Chandra Bose, de linkse Kongresleider, en Ganesh Damodar
Savarkar, auteur van het voorwoord bij
A Warning to the Hindus.(20)
Haar gevolgrijkste kennismaking was met Dr. Asit Krishna Mukherji, de
enige hindoe ooit die in ernst een nazi genoemd kon worden. Voor een
Bengali was hij ongewoon blank, hoewel zijn voornamen "donker" en "zwart"
betekenen.
Vele Indiërs verwelkomden Hitlers uitdaging aan de Britse suprematie (niet
beseffend dat Hitler het Britse of althans blanke bewind in India wilde
bestendigen), en Kongresaktivisten beschouwden het als een eer dat Mahatma
Gandhi in de Britse pers met Hitler vergeleken werd. Maar Mukherji was de
enige met een grondige kennis van en instemming met de nazi-ideologie.
Hij had in Londen Rechten en Geschiedenis gestudeerd en twee jaar in de
Sovjet-Unie verbleven voor zijn doktoraat over de doktrine van het "Derde
Rome", Moskous aanspraak op de erfenis van Byzantium na de val van die
stad in 1453. In 1935-37 publiceerde hij een pro-nazi tijdschrift, de
New Mercury,
met ondermeer kultuurhistorische artikels over de Indo-Europese erfenis
maar ook met de tekst van Hitlers toespraken. Toen de Britten de
publikatie hiervan verboden, begon hij een ander blad, de
Eastern Economist,
in samenwerking met de Japanse ambassade.
Hij geloofde sterk in de esoterische wortels van het nazisme en meende dat
het Thulegenootschap, één van de vele reaktionaire klubs in München rond
1920, een geheim genootschap was achter de openlijke politieke beweging
van de Nazi-partij. In zijn boek
The Occult Roots of Nazism
heeft Nicholas Goodrick-Clarke al afgerekend met deze mythe en met de "volledig
uit de lucht gegrepen 'feiten' over het machtige Thule-genootschap, de
nazibanden met het Oosten, en Hitlers okkulte inwijding".(21)
Na het begin van de oorlog in september 1939 riskeerde Savitri uit India
verbannen te worden, dus bood Mukherji haar aan, met haar te trouwen. Zij
beschreef dit als een kuis huwelijk, louter aangegaan omwille van het
paspoort. Kuisheid kan gepast hebben in Mukherji's geloof in de yogische
krachten die door onthouding gesterkt worden.(22) Zijn bruid daarentegen
was erg vrijgevochten; ze poseerde naakt voor de kamera (al zijn die
foto's nadien vernietigd), had verhoudingen met zowel mannen als vrouwen,
en was slechts kinder-loos als gevolg van een medisch probleem, niet van
onthouding (aldus mensen die haar gekend hebben).
Mukherji speelde een rol in de kontakten tussen Subhash Chandra Bose en
vertegenwoordigers van de Asmogendheden (zie kader). Hij spioneerde
tijdens de oorlog voor de Japanners, maar er zijn aanwijzingen dat hij een
dubbelagent was.(23) Dat zou
-
(20)
-
G.D. Savarkar is niet te verwarren met zijn broer en geestesgenoot V.D.
Savarkar, ideoloog en in 1937-43 voorzitter van de Hindoe Mahasabha.
(21)
N. Goodrick-Clarke:
The Occult Roots of Nazism,
p.225.
(22)
Net als de taoïsten geloven vele hindoes sterk in de kracht die voortkomt
uit het opsparen van sperma. Daarom bv. weigerden de fans van de
charismatische Subhash Chandra Bose veelal te geloven dat hij in Wenen een
vrouw (Emilie Schenkl) en twee kinderen had.
(23)
Aldus ondermeer Bishwa Ranjan Adhikary (interview toegestaan aan
ondergetekende,
alvast verklaren waarom hij ongemoeid gelaten werd terwijl Calcutta toch
het zenuwcentrum was van de Anglo-Amerikaanse oorlogsinspanning tegen
Japan; en ook waarom hij een verzoekschrift tot de Britse bezettingsmacht
in Duitsland kon richten toen zijn vrouw daar in 1947 gearresteerd werd,
toch een ongewone vrijpostigheid voor zulke prominente kollaborateur met
de vijanden van de Britten.
Savitri schreef tijdens de oorlogsjaren enkele boeken over Farao Achenaton
(r. 1383-66 v.Kr.), de oudst bekende profeet van het monotheïsme.(24) Ze
koos hem als haar uitverkoren godheid in haar devotionele (bhakti)
praktijk toen een juweel dat ze gekocht had een zonnesymbool bleek te
dragen dat bekend was uit Achenatons inskripties; ze vatte dit op als een
goddelijke vingerwijzing. Ze had zich op
bhakti
toegelegd nadat een yoga-meester oordeelde dat haar zenuwen de discipline
van serieuzere meditatievormen niet aankonden.
Het viel haar zwaar tegen dat, nu het erop aankwam, de hindoes niet
massaal partij kozen voor Hitler. De hervormingsbeweging Brahmo Samaj, de
leidende denker Sri Aurobindo, zelfs de hindoe-partij van V.D. Savarkar,
steunden van in september 1939 de B | |